Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijkrelaties

rijksbouwmeester

'Samen leven en wonen, in een democratische rechtsstaat, met een slagvaardig bestuur. BZK, duidelijk voor mensen'. Dit is de missie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). BZK borgt de kernwaarden van de democratie, staat voor een goed en slagvaardig openbaar bestuur en een overheid waarop burgers kunnen vertrouwen. BZK draagt eraan bij dat burgers kunnen wonen in betaalbare, veilige en energiezuinige woningen in een buurt waar iedereen meetelt en meedoet en het prettig leven is.

Het ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:
  • Directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen (DGBRW);
  • Programmadirectoraat-generaal Omgevingswet;
  • Directoraat-generaal Overheidsorganisatie (DGOO);
  • De Algemene Bestuursdienst (ABD), de Management Development-organisatie voor de (top van de) Rijksdienst;
  • Directoraat-generaal Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD);
  • Directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR), waaronder het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) ressorteert.
 
Voorts valt een aantal beleids- en ondersteunende directies rechtstreeks onder de secretaris-generaal. De secretaris-generaal en de directeuren-generaal vormen samen de bestuursraad van BZK en geven op ambtelijk niveau sturing aan het ministerie. De minister en de staatssecretaris van BZK vormen de politieke leiding van het ministerie.
 
Het Rijksvastgoedbedrijf
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is onderdeel van het Directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR). Het is een organisatie die enkele jaren geleden gevormd is uit vier, vaak al vele eeuwen bestaande vastgoedorganisaties van het Rijk: de Dienst Vastgoed Defensie, de Rijksgebouwendienst (die het meeste niet-militaire Rijksvastgoed in beheer had), het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (met als kern de vroegere directie Onroerende Zaken van Domeinen) en de directie Rijksvastgoed van het ministerie van BZK.

Het RVB dat op 1 juli 2014 van start is gegaan, ontwikkelt en beheert een unieke vastgoedportefeuille van kantoren, musea, gevangenissen, gerechtsgebouwen, kazernes, agrarische gronden, natuurgebieden, paleizen, monumenten en gebouwgebonden beeldende kunst. Ook is het vaak betrokken bij afstoot en herontwikkeling van vastgoed van andere vastgoeddiensten van de rijksoverheid, zoals Rijkswaterstaat. Projecten zijn zeer divers in omvang en vaak bijzonder van aard. Het RVB realiseert en beheert een grote en diverse vastgoedportefeuille voor zijn gebruikers en zet gebouwen en terreinen in voor de realisatie van economische en maatschappelijke meerwaarde op basis van beleidsdoelen.
 
De organisatie van het RVB wordt gevormd door de volgende organisatie-eenheden:
  • Directie Portefeuillestrategie en Portefeuillemanagement;
  • Directie Transacties en Projecten;
  • Directie Vastgoedbeheer;
  • Directie Financiën en Bestuursadvisering;
  • Bureau Directeur-Generaal;
  • Atelier Rijksbouwmeester / College van Rijksadviseurs.
 
Het Atelier Rijksbouwmeester
De Rijksbouwmeester wordt bij zijn adviestaak ondersteund door het Atelier Rijksbouwmeester. Binnen het Atelier wordt de Rijksbouwmeester geadviseerd door een team van vakexperts op de terreinen architectuur, stedenbouw, landschap, monumenten, beeldende kunst en architectuurbeleid.
 
Het Atelier verzorgt ook het secretariaat en inhoudelijke ondersteuning van het interdepartementale College van Rijksadviseurs (CRa), waarvan de Rijksbouwmeester de voorzitter is.
 
Opdracht
De functie van Rijksbouwmeester bestaat al sinds 1807. De eerste Rijksbouwmeester, 'architect des Konings' Jean-Thomas Thibault, werd naast zijn werk voor de paleizen en rijksgebouwen ook al snel belast met een brede adviesrol bij het bouwen voor de Nederlandse samenleving. De opgave is sindsdien verbreed en versterkt. Na 1957 veranderde de taak van de Rijksbouwmeester van zelf ontwerpen naar adviseur voor de Rijksgebouwendienst (een voorloper van het RVB) en de rijksoverheid in het algemeen bij concrete bouwprojecten van de Staat en bij maatschappelijk bredere discussies op het vakgebied.
 
Ruim twintig geleden jaar is de rol van de Rijksbouwmeester nog verder verbreed tot algemeen adviseur van ministers op het gebied van stedenbouw, monumenten, architectuur, infrastructuur, landschap, ruimtelijke vraagstukken, architectuurbeleid en beeldende kunst. De Rijksbouwmeester kreeg het voorzitterschap van een interdepartementaal adviescollege, dat uiteindelijk de naam College van Rijksadviseurs (CRa) zou krijgen en vanuit diverse gerelateerde ontwerpdisciplines integrale adviezen aan de rijksoverheid zou gaan formuleren
 
Het huidige CRa bestaat uit de Rijksbouwmeester (voorzitter), een Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving aangesteld door de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en een Rijksadviseur aangesteld door de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en BZK. Hun werkveld strekt zich uit over de inzet van ontwerpkracht bij actuele maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie, verstedelijking, mobiliteit, landschap, duurzame landbouw en cultureel erfgoed. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO)zijn hierbij richtinggevend. De bestuurlijk-politieke verantwoordelijkheid voor het CRa als geheel berust bij de Minister van BZK.
 
Functie
Bij de uitoefening van zijn functie neemt de Rijksbouwmeester een bijzondere positie in.

Enerzijds maakt hij/zij deel uit van het Rijkvastgoedbedrijf, wanneer zijn activiteiten betrekking hebben op gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van het RVB zich uitstrekt. Hij/zij is dan binnen de dienst de eerste en onafhankelijke adviseur, gevraagd en ongevraagd, van de directeur-generaal RVB en daarmee van de Minister van BZK die het rijksvastgoed in portefeuille heeft; en:
  • Bevordert en bewaakt de architectonische en de stedenbouwkundige/landschappelijke kwaliteit van rijksgebouwen en –terreinen, zoals rechtbanken, gevangenissen, kazernecomplexen, rijkskantoren, herdenkingsmonumenten en ministeries, inclusief eventuele erfgoedaspecten; dit alles ook tijdens de beheerfase en bij eventuele herontwikkeling/ afstoot; Het een en ander geldt ook voor beeldende kunst in het kader van de z.g. Percentageregeling Rijksgebouwen 1951;
  • Adviseert over de wijze waarop architectonische kwaliteit bij rijksgebouwen en -terreinen ook in marktverhoudingen (zoals geïntegreerde contractvormen) vorm en inhoud dient te krijgen en adviseert bij de selectie van (interne) architecten, stedenbouwkundigen, landschaps-, restauratie- en interieurarchitecten en beeldend kunstenaars en partijen bij geïntegreerde contracten in RVB-(bouw)projecten (nieuwbouw, renovatie, restauratie).
     
Anderzijds is hij/zij de adviseur van de Minister van BZK (in de lijn van de directeur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen) wanneer het gaat om algemene (beleids)kwesties ten aanzien van de kwaliteit van de architectuur en ruimtelijke inrichting van Nederland in de brede zin van het woord, zowel buiten als binnen het kader van het College van Rijksadviseurs. In die hoedanigheid:
  • Adviseert hij/zij zelfstandig of als voorzitter van het CRa, samen met de andere leden van het CRa, de regering gevraagd en ongevraagd op het gebied van ruimtelijke inrichtingsvraagstukken vanuit de ontwerpende disciplines stedenbouw, architectuur en landschapsarchitectuur; daarbij kunnen incidenteel ook formele adviesvragen vanuit andere overheden ter tafel komen;
  • Adviseert hij/zij over de uitvoering van de Wet op de Architectentitel en over de daaraan gekoppelde onderwijs- en ervaringscurricula;
  • Vervult hij/zij een stimulerende en signalerende functie in de kennisoverdracht van het Rijk naar andere overheden, beroepspraktijk, onderwijs en stakeholders en vice versa. Hij/zij is zelfstandig en met de andere leden van het CRa als adviseur betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de standpunten van het Rijk op ruimtelijke gebied. Daarnaast is het CRa betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de Actieagenda’s Ruimtelijk Ontwerp.
 
Van de Rijksbouwmeester wordt verwacht dat hij/zij een nationale boegbeeldfunctie vervult op het gebied van ruimtelijke en architectonische thema’s. Behalve via de media, congressen, publicaties etc. dient dit ook tot uiting te komen via het onderhouden van een netwerk met de beroepsgroep (architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, vertegenwoordigers erfgoedsector), de spoorbouwmeester, provinciale en stadsbouwmeesters, Bureau Architectenregister, onderwijsinstellingen, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Planbureaus, de Raad voor Cultuur en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
 
Bovengenoemde taken van de Rijksbouwmeester, zowel binnen het kader van het CRa als daarbuiten, dienen (uiteraard), net als de taken voor het Rijksvastgoedbedrijf, steeds tijdig te worden afgestemd met de verantwoordelijke bewindspersoon, hierbij primair de Minister van BZK die ruimtelijke ordening in portefeuille heeft. Dat geldt overigens ook voor het optreden van het CRa als collectief. Vanwege de ambtelijke positie van de Rijksbouwmeester binnen het Rijksvastgoedbedrijf, dienen genoemde taken afgestemd te worden met de directeur-generaal RVB en activiteiten binnen het kader van het CRa met de directeur-generaal BRW.

Kort samengevat adviseert de Rijksbouwmeester steeds, ook in CRa-verband, gevraagd en ongevraagd, onafhankelijk en integraal over (nationale) ruimtelijke inrichtingsvraagstukken, gebiedsgericht en/of thematisch vanuit de ontwerpende disciplines architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur. De advisering richt zich op alle fasen van het beleids-, plan- en uitvoeringsproces, die laatste aspecten dus met name, maar niet exclusief, bij concrete opgaven binnen het Rijksvastgoedbedrijf.
 
Profiel
Van de Rijksbouwmeester wordt verwacht dat hij/zij over een mix van competenties beschikt, onder andere dat hij/zij:
  • constructief handelt in een vaak zeer complexe politiek-bestuurlijke context;
  • zich bewust is van de mogelijkheden en beperkingen die een publiek ambt met zich meebrengt;
  • zich bewust is dat een RBM altijd functioneert onder de politieke verantwoordelijkheid van de bewindslieden van BZK;
  • slagvaardig met diverse stakeholders omgaat en hart heeft voor de publieke zaak;
  • vaardig en op aansprekende wijze communiceert over zowel beleidsmatige als meer uitvoerende aspecten; dit zowel richting vakwereld en overheidsbestuur als richting het brede publiek;   
  • een inspirator en gezaghebbende verbinder is, zowel intern binnen de eigen organisatie als naar buiten.
 
Vereiste ervaring en overige functie-eisen/aandachtspunten
  • Architect met ruime werkervaring en uitgebreid portfolio op het gebied van architectuur en ruimtelijke ontwikkeling op (inter-)nationaal niveau.
  • Gezaghebbend deskundige in de wereld van de architectuur en ruimtelijke ontwikkeling, die vanuit een brede maatschappelijke en architectonische visie optreedt.
  • Affiniteit met de terreinen die binnen het Atelier Rijksbouwmeester een plek hebben, te weten stedenbouw, landschap, cultureel erfgoed, architectuur, architectuurbeleid en beeldende kunst.
  • Affiniteit met de terreinen waarop het College van Rijksadviseurs adviseert, te weten stedelijke ontwikkeling, infrastructuur, herbestemming/transformatie, waterbeheer, energietransitie, natuur, landbouw en cultureel erfgoed.
  • Ervaring met het strategisch inzetten van ontwerpend onderzoek in processen en projecten.
 
Arbeidsvoorwaarden
De Rijksbouwmeester wordt bij Koninklijk Besluit benoemd voor een periode van minimaal 3 tot maximaal 5 jaar (in uitzonderingsgevallen is een verlenging mogelijk). De Rijksbouwmeester dient bij het aanvaarden van de functie rekening te houden met afspraken ter voorkoming van belangenverstrengeling.
 
Het betreft in beginsel een functie voor 24 uur. Een full-time dienstverband is niet uitgesloten.
 
Procedure
Het Rijksvastgoedbedrijf laat zich in deze procedure bijstaan door Pieter Cortenbach van Vanderkruijs, partner in executive search. Belangstellenden kunnen hun interesse kenbaar maken door een korte motivatie (inclusief actueel cv) te sturen aan rijksbouwmeester@vanderkruijs.com Voor informatie kunnen geïnteresseerden ook bellen met Pieter Cortenbach op 020-7267278.
 
U ontvangt binnen één werkdag een ontvangstbevestiging van uw sollicitatie. Wij verzoeken u contact op te nemen met Vanderkruijs indien u deze bevestiging niet ontvangt.
 
Planning
De benoemingstermijn van de huidige Rijksbouwmeester loopt in het najaar 2020 af. Per die datum ontstaat de vacature. Daarnaast ontstaan in het CRa een tweetal vacatures van Rijksadviseur. Deze worden, zo mogelijk, ingevuld met betrokkenheid van de nieuwe Rijksbouwmeester.
DEEL DEZE PAGINA linkedin twitter meer